| Steun Yasap |
> PayPal: info@yasap.nl
> Verkoop weefkaarten en andere producten
Actueel |
Geproduceerd door:
Millenniumdoelen |
Ontwikkelingen Yasap / Vrijwilliger Yvonne (nieuwsbr)
December 2009 Een maand op Timor (oktober '09) Yvonne Jongma (vrijwilliger)
De maand dat ik bij Yasap op Timor ben geweest, was een geweldige ervaring. Het is uniek om zo tussen de lokale bevolking te leven en het dagelijkse leven op Timor te proeven en daarin mee te mogen werken.
Een wereld van verschil vergeleken met Nederland. Zo was er regelmatig geen stromend water en moest er dus water uit de put gehaald worden. Daarnaast wordt er gekookt op traditionele wijze op 3 stenen. De bussen waren volgeplakt met stickers van Jezus die werd vergezeld door enorme playboy bunny stickers. De mensen op Timor zijn christelijk maar daarnaast ook bijgelovig. Zo mocht ik ‘s nachts geen ramen open zetten op de slaapkamer, omdat er dan wel eens geesten naar binnen zouden kunnen komen. Toen ik aankwam kreeg ik meteen een hartelijk ontvangst waarbij traditioneel voor me werd gedanst en ik ter verwelkoming een slendang (soort sjaal) kreeg. Zowel de kinderen als de staf van Yasap waren erg aardig en behulpzaam. Ik werd heel gastvrij ontvangen en de kinderen probeerden al het Engels uit wat ze afgelopen maanden van Rianne hadden geleerd. Het viel me meteen op hoe vrolijk en behulpzaam de kinderen zijn. Ze helpen met van alles mee in het huishouden, in de tuin, op de sawa’s en de meeste kinderen doen dit vrolijk en klagen hier nooit over. Het huis van Yasap vond ik vrij luxe, samen met Rianne deelde ik een badkamer en in het begin had ik zelfs een eigen slaapkamer. Het enige wat ik eerst wel een beetje miste was een douche, maar het mandiën went snel.
Voordat ik naar Timor ging heb ik eerst drie maanden door zuidoost Azië gereisd. Het was dan ook wel wennen toen bleek dat ik op Timor eigenlijk niets zelf kon ondernemen. Stef was heel bezorgd om Rianne en mij en wilde liever niet dat we alleen op pad zouden gaan. In het begin voelde ik me soms bezwaard omdat je ook bij een deel van de staf van Yasap in huis woont. Ze zijn allemaal heel aardig en jij krijgt altijd een voorkeursbehandeling, maar dit is niet altijd prettig. Je bent natuurlijk zoekende naar waar je allemaal bij kunt helpen, maar de zaken zijn daar goed geregeld en iedereen heeft zijn/haar taken. Als ik dan vroeg of ik bijvoorbeeld met koken mee kon helpen, dan hoefde dit vaak niet omdat ze al met genoeg waren. Wanneer je dan iedereen bezig ziet en jij kunt op dat moment even niets doen, dan voelt dat niet helemaal lekker. Stef had mij gevraagd of ik de kinderen over mijn reis wilde vertellen. Tijdens deze uurtjes kroop ik dan achter de computer om een powerpoint presentatie in elkaar te zetten voor de kinderen, welke ze later met veel bewondering hebben bekeken. Dan vroegen ze welk land ik mooier vond, Nederland of Indonesië. Daar hoefde ik natuurlijk niet lang over na te denken. Indonesië natuurlijk! “Ada sawa di Belanda ibu?” (zijn er sawa’s in Nederland ibu?) Nee, geen sawa’s en ook geen bergen, geen vulkanen, geen jungle, geen blauwe zee…
Uiteindelijk heb ik me voornamelijk beziggehouden met meehelpen op de kleuterschool, seksuele voorlichting geven aan de meisjes in het weeshuis, beeldmateriaal verzamelen van het landbouwproject in Benu en spelletjes spelen met de kinderen uit het weeshuis. Doordeweeks stond ik elke dag om 5 uur op want dan werd er gezamenlijk uit de bijbel gelezen. Dit was heel goed voor mijn bijbelkennis, aangezien ik dit niet gewend ben. Na het lezen, zingen en bidden was het tijd om te eten, meestal samen met de kinderen, maar regelmatig maakte mama Marsa ook brood voor Rianne en mij en dan aten we in huis. Na het eten deden we de afwas en soms hielpen we de jongste kinderen met mandiën. Daarna was het tijd om zelf te mandiën en om half 8 begon de kleuterschool.
In het weekend konden we uitslapen tot 7 uur. Zaterdag bestond uit kleding wassen, badkamer schoonmaken en vaak spelletjes spelen met de kinderen. Zondag gingen we ’s ochtends naar de kerk. Afhankelijk van de dominee was dit soms een lange zit, zeker omdat het meeste van wat hij zei langs mij heen ging door de taalbarrière. Aan de andere kant was er genoeg te zien om 1 of 2 uur mee zoet te zijn. Zo werd er aan het eind van de dienst meestal nog het een en ander geveild, bijvoorbeeld maïskolven. Rianne vertelde dat ze ook een keer een big hadden geveild, welke de hele kerkdienst voor in de kerk een zak had gezeten! De kerk bestond enkel uit gemetselde muren en golfplaten op het dak. Ze bouwen pas verder op het moment dat er weer geld is.
Het leukste wat ik heb gedaan als vrijwilliger vond ik seksuele voorlichting geven. Seks en alles daaromheen is nog een behoorlijk taboe en als je niet getrouwd bent mag je er überhaupt eigenlijk niet over praten. De kinderen leren op een gegeven moment wel het een en ander op school, maar dit is vrij minimaal. Ze leren dan bijvoorbeeld dat er aids bestaat en dat dit een erge ziekte is, maar toen ik vroeg of ze dan ook wisten hoe je het kon krijgen hadden ze geen idee. De manier van lesgeven heb ik me dan ook behoorlijk over verbaasd. Zo krijgen de kinderen van jongs af aan Engelse les op school, maar zelfs simpele Engelse zinnetjes begrijpen ze niet en ze kunnen het al helemaal niet spreken, dit terwijl de meeste kinderen behoorlijk leergierig zijn. Sinds Rianne Engelse les geeft, is de spreekvaardigheid een stuk verbeterd.
Uit Nederland had ik een boek meegenomen waarin op een simpele manier de pubertijd en zwangerschap e.d. beschreven stond en werd geïllustreerd met plaatjes. Rianne en ik hebben met Stef overlegd wat we allemaal wel en niet mochten vertellen en hebben uiteindelijk de kinderen ingedeeld in drie leeftijdsgroepen, 10-12, 13-16, en 17-19. In totaal heb ik toen drie teksten eerst in het Nederlands geschreven en daarna vertaald naar het Indonesisch. Deze teksten heb ik aan de kinderen gegeven en vervolgens samen gelezen. Daarna mochten ze alle plaatjes bekijken en gaven we hier en daar nog wat extra uitleg en tenslotte konden ze vragen stellen. Rianne en ik dachten dat ze dit vast niet gingen doen, omdat ze waarschijnlijk erg verlegen zouden zijn, maar tegen onze verwachting in vonden ze het heel erg leuk en vroegen ze van alles. Dit was echt wel heel leuk en ook zeker nuttig. Met name de middelste groep hadden vragen waarvan ik denk dat ze zich al lang zorgen om hebben gemaakt en nu blij waren dat ze daar een keer een antwoord op konden krijgen. Het waren open gesprekken waarbij ruimte was voor serieuze vragen, maar ook om te lachen. Zo stond er ook een plaatje in het boek van een vrouw die aan het eten was en waarvan de baby in haar buik ook vrolijk met een lepel aan het eten was. Een van de meisjes nam dit iets te serieus en riep: ‘Ada sendok dalam perut?!’ (zit er een lepel in de buik?!). Hier hebben we met z’n allen toen heel hard om gelachen.
De twee grootste obstakels voor mij tijdens deze maand waren de taal en de hitte. Oktober bleek de warmste maand in Timor te zijn, dus niet zo gek ook. Tijdens mijn reis heb ik veel Indonesisch geleerd, maar omdat ik dit enkel uit een boek deed was het een behoorlijke omschakeling toen ik het moest spreken en met name verstaan had ik wel veel moeite mee. Ik zou dan ook adviseren dat iedereen die naar Timor toe gaat, zeker ook Indonesische les moet nemen! Nogmaals vond ik wel een geweldige ervaring en zou het ook iedereen die de kans krijgt aanraden.


